Ik vertrek. Naar Groningen.

Ik ben een fan van het programma Ik Vertrek. Een beetje meewarig kijk ik naar mensen die een camping beginnen in Frankrijk, of een boerderij kopen in Tjechië. Zonder dat ze Frans of Tjechisch spreken. Ze kunnen nog net een brood kopen bij de bakker. En van een riolering of een stopcontact aanleggen hebben ze helemaal geen verstand. Naïef toch? Zo begin je toch niet aan zo’n avontuur?

Ik vertrok ook, naar Groningen. Zes jaar geleden inmiddels. Vanuit Zoetermeer. Nu is Pieterburen officieel nog onderdeel van het Koninkrijk Nederland, maar daar houdt het wel zo’n beetje mee op. Alles is hier anders en werkt hier anders. Wat dat aangaat is het echt emigreren, het enige verschil is dat je met Nederlandse kentekenplaten kunt blijven rijden en belastingtechnisch niet zo ingewikkeld hoeft te doen.

Voor het overige kan ik concluderen dat ik ongeveer even naïef was als de mensen die ik bekijk op televisie. Ik wist ook weinig. Sprak en verstond geen Grunnegs en dat proaten ze hier toch echt wel. Dacht dat een huis restaureren wel binnen een jaar kon zijn afgerond. Tsja. Inmiddels ben ik wijzer. En handiger.

Boer’n

In “het Westen” (daarmee wordt bedoeld de Randstad) wordt het woord “boer” weleens als scheldwoord gebruikt.

Zoniet in Noord-Groningen. Daar is boer een eretitel. Je kunt ook gerust iemand vragen “Ben je boer?” zonder bang te zijn dat hij zich gekwetst of beledigd voelt.

Boeren zijn de grootgrondbezitters van het platteland. De nazaten van de hereboeren uit vroeger tijden. Boeren zijn trots op hun status! Boerderijen in Groningen zijn ook groot. Dat komt, heb ik me laten uitleggen, door het vroegere erfrecht in Groningen. De boerderij ging hier over op de oudste zoon. Het land werd niet verdeeld over alle nazaten zoals bijvoorbeeld in Friesland. Daardoor zijn de boerderijen in Groningen groter dan die in Friesland.

Boeren zijn meestal aardig. Ik kom regelmatig bij diverse boeren op het erf. Ze zijn zonder uitzondering open en gastvrij.

Maar op de smalle landweggetjes van Noord-Groningen moet je oppassen. Daar zijn de boeren namelijk wel de baas. En ze rijden daar met grote, brede tractoren en landbouwmachines.

Als automobilist met een tweewielaangedreven auto zou je verwachten dat een boer met tractor wel even voor je uitwijkt. Met zijn grote wielen kan hij immers gemakkelijk een stukje door de berm zonder vast te komen zitten. Daar zijn die tractoren immers voor gemaakt. Maar dat doen boeren niet. Als gewoon volk moet jij de berm in, of je auto dat nu leuk vindt of niet.

Ken je rangorde op de weg!

Zo maar doen?

Eén van de eerste dingen die mij opviel na mijn emigratie naar Groningen was de zin die alle cassières in supermarkten gebruiken na het scannen van het laatste artikel dat je op de band hebt gelegd.

“Zo maar doen?”

Let maar eens op. Ze zeggen het altijd. Ik denk een stukje noordelijke cultuur. De cassières zelf weten het ook niet. Acht items op de band > blieb blieb blieb (8x) > “zo maar doen?”

“Ja natuurlijk, ZO MAAR DOEN.” In mijn fantasie ga ik die vraag gewoon beantwoorden. “Waarom leg ik anders deze acht artikelen op de band? Als ik meer wilde hebben, had ik mijn mandje wel verder gevuld en dit ook op de band gelegd. Als ik minder wilde hebben, zou ik het niet hebben gepakt. Dus ja: zo maar doen!”

Ik heb me kunnen beheersen.

En als de volgende klant zijn kamer reserveert voor onze B&B zeg ik waarschijnlijk automatisch: “Zo maar doen, mevrouw en meneer?”

 

Penvriendin met tandenborstel

Dit is een ge-antidateerd bericht. Dat betekent dat ik de datum ervan handmatig heb teruggedraaid in WordPress, het programma waarmee ik deze website maak. Want het speelt in 2010. En toen was WordPress er nog niet. Althans niet hier.

Ooit was ik lid van Relatieplanet, een website om nieuwe mensen te leren kennen om amoureuze dingen mee te doen. Ik schreef er met een Groningse vrouw, en we vonden elkaar best leuk. De correspondentie mondde uit in een soort van vriendschap. Een penvriendin in het Hoge Noorden, leuk.

Ik trouwde in 2009 met Sandra, de liefde van mijn leven. Met de Groningse bleef ik af en toe schrijven. Toen wij als pasgetrouwd stel naar Pieterburen verhuisden, wilde de Groningse langskomen. Om te helpen de kamer te schilderen. Ik zag daar geen enkel bezwaar in, want we konden wel een paar extra handjes gebruiken.

Ik haalde haar af van het station Baflo. In plaats van de leuke, aardige vrouw van haar Relatieplanet-profiel, bleek ze een bemoeizuchtige, dominante kletstante te zijn. Wat een gezellig dagje schilderen had moeten worden, mondde uit in een dag vol ergernis omdat ze alles zogenaamd beter wist en wilde bepalen hoe mijn interieur en mijn tuin zouden worden vormgegeven.

Hoe erg het was werd pas duidelijk toen een bezorger een pakket kwam brengen, en deze chauffeur automatisch aannam dat mijn echtgenote mijn dochter was (ze ziet er inderdaad jong uit, dat klopt wel) en bemoei-vriendin mijn vrouw. Ondanks het compliment was mijn werkelijke echtgenote ‘not amused’.

Omdat laatste treinen in Baflo heel vroeg vertrekken, moest penvriendin blijven slapen. Dat is in Groningen gebruikelijk.

Toen ze de volgende ochtend vertrok tot ons beider opluchting, bleek dat penvriendin haar tandenborstel in mijn douchecel had laten liggen. Mijn vrouw, normaal poeslief, ontplofte bijna. Want in de eerste plaats is het dom om iemand die je niet kent, uit te nodigen om te komen klussen. Maar als die persoon dan doet alsof ze er woont, is het helemaal een slecht idee.

Penvriendin bleef me na deze ontmoeting mailen. En drie jaar lang stuurde ze met Kerst truttige cadeautjes. Daarna hield het op. Haar tandenborstel is via het Gronings huisvuil-ophaalsysteem in een verbrandingsoven beland.

B&B | Slapen | waar het land de Wadden kust